Meestal stond op de YP 408 een .30 gemonteerd als boordgeschut. Maar er hoorde standaard een groter wapen op, de .50.
Schietoefeningen LAW
Op het oefenterrein in Anloo leerden we met onze persoonlijke wapens omgaan. Later schoten we ook in de buurt van Assen, op De Witten. In de Harskamp werd ook geoefend, maar daar konden we ook met de Mag en de antitankwapens (LAW en TLV) schieten. Zelf heb ik daar met de LAW geschoten op een roestbruin kadaver van een tank. Het was een interessante ervaring om met zo'n terugstootloos wapen te mogen schieten. De LAW kon maar één keer afgeschoten worden.
In gepeins verzonken
Koud dus. Vandaag luisterde ik naar een nummer van The Marmalade, Reflections of my life. Het bracht me terug naar die steenkoude oefening in het voormalig West Duitsland, in Sennelager. December 1969 - januari 1970, bivakkeren in een tentje. Sneeuw, koude nachten en natte kleding. Brrr! We bevonden ons midden in de Koude Oorlog compleet met een serieuze dreiging van een nucleaire aanval en de aanwezigheid van ultra linkse terreurgroepen. In Vietnam woedde al jaren een oorlog. Daaraan werden we herhaaldelijk herinnerd. Als dienstplichtig militair voelde ik me klem zitten tussen 'het vaderland dienen' en de vredesbewegingen. Het was toen voor het eerst dat ik eens goed nadacht over mijn situatie. Over mijn leven, mijn toekomst, de mogelijkheden van het uitbreken van een oorlog en de gevolgen ervan. Ik begreep toen beter waarom mijn vader mij liever niet als beroeps naar de Marine zag gaan. Er waren tijdens die ijzige oefening in Sennelager (december '69 - januari '70) geregeld momenten, waarop ik nat en verkleumd, in een soort roes nadacht over de nut van dit alles en erg verlangde naar huis. Achteraf gezien toch wel wat schokkend, dat ik op zo jonge leeftijd (21) zo over mijn leven begon na te denken en naar een veilig onderkomen verlangde.
Op stap in Goslar (D)
Met name tijdens oefeningen in het voormalig West Duitsland mochten we een paar keer (!) zomaar stappen. Hoewel, dat was één keer echt stappen, de overige keren met de hele meute onder toezicht. Ik herinner me nog wel een bezoek aan een discotheek in Paderborn. We zijn ook aan de Oost Duitse grens geweest en hebben op een zondag een bezoekje gebracht aan het Duitse stadje Goslar, dat ten zuidoosten van Hannover ligt aan de noordkant van de Harz. Een mooi gebied trouwens. Daar bezochten we een paleis, Kaiserpfalz. In het centrum van dat pittoreske stadje hebben we een terrasje gepakt. Die dag herinner ik me vooral, omdat het prachtig zomers weer was.Een matennaaier
Er kunnen zich situaties voordoen, die de samenhang in de groep onder druk zetten. Het zijn dan de zwakke schakels die aan de druk toegeven. Soms om een wit voetje te halen bij anderen (vaak het kader), soms omdat ze egotrippers zijn en blijven. Ze plegen verraad aan de groep door te gaan praten. Niet face to face met degene wie het betreft, maar achter diens rug om. Men noemt ze matennaaiers. Lafaards. Matennaaiers zijn het ergste soort wat je in militaire dienst tegen kan komen. In wezen zijn ze je grootste vijand.
Matennaaiers worden uit de groep gestoten, genegeerd of gestraft. Afhankelijk van de aard van het verraad. Straffen kan op allerlei manieren. Van een wasbak speciaal tot een blanco-beurt of zelfs een aframmeling. Een matennaaier staat gelijk aan de vijand.
Matennaaiers zijn er ook in de burgermaatschappij. Daar zijn er veel meer. Ik kom ze soms nog tegen. Maar in het algemeen geldt, dat de mannen face to face shit over je uitgieten, maar achter je rug om aardig over je zijn. Heel anders dan in de burgermaatschappij, waar het vaak andersom is.
Roerige jaren 70
Veel dienstplichtigen verenigden zich in o.a. de VVDM. Er waren ook dienstweigeraars, zoals Hagenaar Ron Boot en dienstplichtigen die af wilden van de eed en de groetplicht. Er vond ook desertie plaats. Er werden rechtszaken gevoerd en die resulteerden in vaak belachelijk hoge straffen. Zo werd tegen een dienstplichtig militair tot 16 maanden cel geëist, wegens niet groeten! Zo'n straf krijgt men tegenwoordig niet eens meer voor een moord. Er werden ook jonge mannen goedgekeurd, die eigenlijk afgekeurd zouden moeten worden. Ze kwamen snel fysiek of geestelijk in ernstige problemen. Een aantal overleed tijdens de eerste de beste veldloop. Anderen reageerden heftig met o.a. mishandeling en zelfs doodslag als gevolg. Er werd ook veel spullen en zelfs wapens gestolen. Ondanks de fouten van Defensie bij de selectie en indeling, werden de dienstplichtige 'daders' zwaar gestraft. Redacteuren van een VVDM blad Luctor(?) kregen ook straf wegens opruiende taal in een ingezonden stuk. Dat stukje was anoniem geplaatst. Ondanks dat de redactie duidelijk had aangegeven niet verantwoordelijk te zijn voor de inhoud ervan, werd ze veroordeeld.
Op onze kazerne in Zuidlaren nam in de zomer van 1970 een chauffeur, Hoefkens, op gedenkwaardige afscheid van een eerste luitenant. De hele kazerne inclusief het bataljonspaard stond aangetreden toen het afscheidsfeest begon. Hoefkens zei in zijn toespraakje, dat de luit, de plaatsvervangend compagniescommandant Geersing, de enige officier in het hele bataljon was, die wij als mens gekend hebben, die mens is gebleven en met wie humaan contact mogelijk was. De rest noemde hij een stelletje dominante machtswellustelingen met dictatoriale trekjes. Het stiekeme gelach van alle aanwezige dienstplichtigen was duidelijk hoorbaar. De beroeps ontploften bijna.
Maar ook Hoefkens werd hard aangepakt en kreeg tien dagen verzwaard arrest opgelegd. Ook zijn beide 'medewerkers' kregen verzwaard arrest. Zo'n 50 anderen uit zijn compagnie werden ook gestraft vanwege hun solidaire houding. Maar het verzet ging voort.
In diezelfde zomer werd een groot aantal YP 408 voertuigen onklaar gemaakt op de JW Friso kazerne in Assen. Pacifisten ('opgejut door de VPRO', verklaarde een van de daders later) hadden suiker en zand (ze hadden niet genoeg suiker meegenomen) in de brandstoftanks gegooid. Ook werden wielmoeren losgedraaid. De weerstand tegen de dienstplicht en het militarisme nam toe.
Overste Elstak
Zo was ik een keer gestraft omdat ik de kapitein Peters niet had gegroet. Als ik hem wel groette, dan zei hij bits dat dat niet nodig was. Als ik hem niet groette, werd ie kwaad en schreeuwde hij met zijn rood aangelopen hoofd : "Jij moet mij groeten, korporaal!". In zo'n kwaaie bui gaf hij mij een keer strafcorvee. Ik moest het square aanvegen.
Toen ik daar zo aan het vegen was, kwam overste Elstak eraan. Een kleine donkere man met een enorme snor. Ik groette hem (in de houding!) en hij salueerde terug. Toen vroeg hij mij : "Korporaal, wat ben jij hier aan het doen?" Zo'n typische legervraag, terwijl de situatie nogal duidelijk was. Maar omdat ik Elstak wel mocht zei ik : 'Vegen, overste' en dus niet 'ik ben aan het zwemmen, nou goed?'
Toen vroeg Elstak tegen mij : "Wie heeft jou die straf opgelegd?" Ik noemde de naam van de kapitein. Elstak zei dat ik onmiddellijk moest stoppen met vegen en naar mijn kamer moest gaan. Een paar uur later kwam de sergeant van de week mij vertellen, dat ik op de kamer moest blijven om een dag arrest uit te zitten.
Later vroeg ik verlof aan omdat mijn zus ging trouwen. De kapitein wees mijn verzoek af. Een reden wilde hij niet opgeven. Ik heb mijn aanvraag toen naar Elstak gestuurd. Die keurde hem goed. Tot grote ergernis van Peters.
Soms last van wat heimwee
Van al die gedachten kreeg ik het toch wat warmer. Alsof ik de warmte van thuis voelde. Gelukkig heeft bij mij de heimwee nooit echt hard toegeslagen, zoals bij sommige anderen.
Soldatenliedjes
"-Zeg dronken infanterist waar komt gij zo laat vandaan? Ere zij uw naam, ere zij uw naam
Zeg dronken infanterist waar komt gij zo laat vandaan? Ere zij uw naam.
-Van de hoeren, van de hoeren! Is er nog redding voor mij?
-Ja, ja, ja,ja, ja ja, ja! Janus, Hij roept u, Hij roept u voor het Leger des Heils!"
Originele(?) versie :
Wat rustiger ('s avonds tijdens het bivak) klonk de variant op een bekend Hollands liedje :
"Op de grote stille heide,
dwaalt een filler eenzaam rond.
Met zijn pas gepoetste schoenen
zag hij daar een ouwe stomp.
Hoe lang nog gij filler?
Hoe lang nog gij filler?
Hoe lang nog?"
En als het er wat vrolijker aan toe ging :
"Kaatje ging eens water halen
bij een grote diepe put.
Toen kwamen drie soldaten
die grepen Kaatje bij haar k(e)u...
rig net gestreken bloesje!"
Of :
"Wij (of is het Waar?) zijn de meisjes van 't confectieatelier,
Wij willen naaien, wij willen naaien!"
Qua teksten konden ze er nog mee door. Maar met burgers in de buurt moesten we nette liedjes zingen. En dus was het stil.
Teksten waren er ook. Vaak op wc deuren.
Some come here to think,
Some came her to stink,
I came here to scratch my balls
And read the painting on the walls.
God schiep mens en dier,
De duivel de officier.
Aan de verliezende hand
Het materieel en de uitrusting is verouderd, storingsgevoelig en niet berekend op de taken. Van de 8 Centurion tanks die op oefening meegingen, waren er binnen drie dagen 6 kapot. De Duitsers in hun Leopards stoven lachend voorbij. Ik zou me bijna spontaan gaan camoufleren om het schaamrood op mijn kop te bedekken. En waarom mij gezegd wordt dat ik me moet scheren en mijn schoenen moet poetsen terwijl ik onder hevig vijandelijk vuur lig, is me ook een raadsel. Of bestaat de vijand soms louter uit vrouwelijke soldaten? Doe mij maar meer munitie. En dan al die strikt tijd gebonden zaken. Of zijn dat afspraken met de Rooie Rakkers? "Jongens, dit weekend niet aanvallen hoor, want we hebben verlof!" Iedereen weet wanneer ie over het hek kan, omdat de rondes van de wacht ook op vaste tijdstippen plaatsvindt en publiekelijk bekend zijn.
Wie een oorlog wil winnen, moet goed gemotiveerde militairen hebben. Maar aan psychische begeleiding wordt niets gedaan. Zelfs niet na ernstige incidenten. Eerder het tegenovergestelde : het komt allemaal erg demotiverend over. Kortom, zonde van al dat geld en de tijd. Nog twee maanden. Misschien ben ik dan vrij.
Aan de drank
![]() |
| Mijn cola vlug even geruild voor een pilsje... |
Later lapten we wat geld bijeen om een eigen bar te maken. De Compagnies bar bevond zich op zolder. Daar was het leuk toeven de laatste maanden. Maar voor we afzwaaiden moest de boel weer afgebroken worden, zodat de volgende lichting er weer een kon installeren. Geheel dus volgens het ambtelijke systeem : geldverslindend nutteloos gedoe.
Een getuigenverklaring
Na aankomst in de kazerne bleek dat de pezen niet meer gehecht konden worden. De sergeant was veel te laat gekomen. Later heeft de (inmiddels afgekeurde) sergeant een claim ingediend en daarbij de gang van zaken beschreven. Wij hebben als groepsleden een getuigenverklaring ondertekend, wat ons niet in dank werd afgenomen door de kapitein. Hij wilde dat we die verklaring zouden intrekken, zodat ook dit voorval gewoon in de ambtelijke doofpot zou belanden. Maar dat hebben we dus niet gedaan.
Gestraft
Het werden er dus drie. Na een dag kwam ie weer langs om even bij te praten. Toen heb ik hem maar verteld waarom we het gedaan hadden. Hij moest er toen wel een beetje verlegen om lachen. Als een boer met kiespijn. De luit schold mij de resterende dagen toen maar kwijt.
Een koude douche
Op een rij
Oorlogje spelen
We zijn inmiddels al weer een tijdje ouwe stomp. In november 1970 zwaaien we af. Het is al een stuk rustiger geworden, wat oefeningen betreft. Vandaag gaan we als vijand tegen een stel oliebollen van de jongste lichting aan de slag. We gaan naar Anloo. Omdat we precies weten, wat die oliebollen te horen krijgen (we hebben zelf immers ook die opleiding gedaan) stemmen we onze tactiek daar op af. We besluiten geheel af te wijken van de standaard werkwijze. Dus we klimmen met onze wapens de bomen in en gaan dus niet ergens langs de route verscholen op de grond liggen.
Na een tijdje krijgen we het bericht, dat de oliebollen eraan komen. En ja hoor, als we naar beneden kijken, zien we twee verkenners in hun nieuwe uitrusting aankomen kakken. Ze kijken goed om zich heen, maar niet naar boven. Want dat is hen niet geleerd. Een eind verderop geven de verkenners het teken "volgen". Even later komt de rest van de meute aan lopen, met een sergeant helemaal achteraan. We wachten geduldig tot de laatste man onder ons doorgelopen is. Dan breekt de hel los. De mannen in de bomen openen het vuur op het peloton oliebollen. "Vijand op 6 uur!! Dekken, dekken!!"schreeuwen de sergeanten. Het complete peloton wordt afgeschoten, inclusief twee sergeanten.
De sergeanten zijn woest. Niet op hun oliebollen, maar op ons. "Dit is niet de afspraak!", briest één van hen naar boven. "We doen dit over en kom onmiddellijk uit die bomen", schreeuwt hij kwaad. "Hé, het is toch oorlog! Jullie hebben verloren!", waagt één van ons triomfantelijk te roepen. Maar de beide sergeanten kunnen niet tegen hun verlies. "Jullie gaan op rapport als je niet doet wat ik zeg", dreigt een van hen. Als we weer op de grond staan, gaat het spelletje opnieuw beginnen. Maar nu zoals de sergeanten het willen, zodat ze kunnen winnen.
Slag gewonnen
We reden alles omver wat in de weg stond om onze gevechtsposities in te nemen. Zo gebeurde het dat we in de omgeving van Syke met de YP een complete muur plat reden, omdat we niet twee meter meer naar links mochten staan. Ook reden tanks en pantserwagens pardoes de akkers op, waar de gewassen op de oogst stonden te wachten. Achter ons aan kwam een schade-expert, die de onnodig aangerichte schades opnam. Tijdens die oefening moesten we o.a. de rivier de Weser oversteken in zogenaamde aanvalsboten. Dat waren ordinaire zware houten roeiboten, die we op het pantservoertuig meenamen. Gevolg was, dat met dat warme weer de luiken niet open konden. Het weekend, in het plaatsje Syke, brachten we door met het onderhouden van onze uitrusting inclusief de wapens. In dat bewuste weekend hadden we mot met de legerleiding. We mochten niet afhangen (= in gemakkelijker outfit rondlopen). Maar toen we dreigden Big Ferro in de soep te laten lopen, door maandag niet te roeien maar ons in die boten gewoon de Weser af te laten drijven, kregen we alsnog toestemming om af te hangen. Onze eerste overwinning op het kader, dat zich steeds meer begon te realiseren dat hun succes afhing van onze inzet en motivatie.
Afgestraft
*) naam veranderd
In de soep
| 't was koud |
Tijdens een oefening in Duitsland, kropen we zoals gewoonlijk weer vroeg in de slaapzak. We konden het altijd goed met elkaar vinden, ook al vertelde hij nauwelijks iets over zijn privé leven. Het was hartje winter en de temperatuur daalde 's nachts tot zo'n min 20 graden. We hadden een gasbrandertje bij ons, waarmee we de tent verwarmden. Dat ding werd heel even aangestoken, omdat we maar één reserve tankje hadden. Op een avond besloot Bertus even wat tomatensoep in zijn metalen mok op te warmen. Terwijl ik vanuit mijn slaapzak naar zijn kookkunst lag te kijken, viel de mok dampende soep van het brandertje. Bertus vloekte de puptent bol en schold alle dieren uit het bos van Sennelager. Toen begon hij met zijn lepel de soep van zijn slaapzak te schrapen. "Laat maar lekker liggen, man" zei ik, "morgenochtend kan je het er zo vanaf schudden". En dat was ook zo. De volgende dag sleepte Bertus zijn slaapzak naar buiten, klopte wat met de zak en de bevroren plakken soep vlogen er vanaf. Die werden weer keurig in een messtin gedaan. Voor de komende avond als ie weer een poging 'soep eten in je slaapzak' zou ondernemen.















