Posts tonen met het label Opkomst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Opkomst. Alle posts tonen

Hospikken prikken

 Als kind liet mijn moeder mij inenten tegen polio en de pokken. Als kind zag ik nog in de Rijn een bord staan (ter hoogte van het witte huis op de kopfoto) met een waarschuwing tegen gevaarlijk zwemwater, vanwege het gevaar van polio. Later verscheen de dktp prik. Ik weet niet of en waartegen ik als kind nog meer ingeënt ben. Ik weet wel, dat ik tot 3x toe een pijnlijke enting kreeg voordat we in 1960 naar Curaçao vertrokken. Volgens mij was dat o.a. tegen gele koorts (gek, want we gingen niet eens naar China) en cholera (wel naar de middeleeuwen?). Die andere enting was blijkbaar vanwege de aanbieding 3 voor de prijs van 2!! Of was het toch tegen tuberculose?

Maar goed. Toen ik in militaire dienst trad, kreeg ik weer een paar spuiten toegediend. Hoewel, een paar? Het waren er nogal wat! Ze staan keurig vermeld in mijn militair paspoort. Zo kreeg ik weer een kleine dosis pokken toegediend. Twee keer wat cholera, drie keer(!) tegen polio, ook 3x tegen tetanus en difterie en 2x tegen tyfus en tegen tbc / tuberculose. Volgens mij ben ik toen ook tegen het militair eten uit de 'vreetschuur' ingeënt. Daar ging overigens kamfer doorheen om mijn hanig gedrag wat in te dammen. Volgens de maten zat dat spul ook in onze koffie, die zo goedkoop was. Dat kamfer-spul werd op de vrijdag voor het weekendverlof teniet gedaan door drie hard gekookte eieren, die toen ook wel neukpatronen genoemd werden. Ik heb me gedurende de weekends nooit echt wild gevoeld.
In die tijd waren er ook militairen die niet eerder een enting gekregen hadden. Ze werden primo's genoemd en moesten na vaccinatie een weekend binnen blijven. Er waren ook die geheelonthouders waren. Die Bijbelvaste mannen kregen geen prikken, want hun Lieve Heer beschermde hen. Al zag ik ze later wel geregeld dekking zoeken en met helm en vuurwapen rondlopen. 's Heren wegen zijn ondoorgrondelijk. Of was het vertrouwen in hun Heer niet zo hoog?
Die blanco gasten sliepen wel gewoon bij ons op de kamer en maakten deel uit van de groepen. Zeg maar zoals asielzoekers nu doen.
In 1973 moest ik op herhaling. Ik kwam in Ossendrecht terecht bij het 51e Infbat. Ook toen werd ik door spuitende hospikken bezocht. Die entingen staan in mijn paspoort simpel te boek als 'herhaling' (van 1969-70?). Ik heb geen herinneringen aan doodzieke militairen vanwege entingen.
Kortom, ik heb nogal wat spuiten toegediend gekregen in het verleden. Sinds bij mij een vorm van astma werd geconstateerd, krijg ik jaarlijks nog een antigriepspuit. Ik hoefde nooit een formulier in te vullen of een document te ondertekenen. De enige restrictie was, dat ik geen griep mocht hebben als ik gevaccineerd wilde worden. Men was toen erg zeker van hun zaak, speelde men open kaart en waren het vaccins (een ietsepietsie van het virus of de bacterie zelf) en geen technieken.

Op transport

Een week na mijn eindexamen, op 15 juli 1969, begaf ik me met de trein richting Zuidlaren. Vanaf Amersfoort stroomde de trein vol jongemannen met weekendtassen. Ik dacht : "Dat zijn dus de collega's." Tijdens de reis was het verdacht stil in de trein. Na een reis die eeuwen leek te duren kwam ik in Assen aan. Op het station in Assen stonden allerlei gasten in uniformen. We werden naar de bussen geloodst. Die situatie met die trein en die bussen en mensen die afgevoerd werden gaf me een merkwaardig gevoel. Maar ja, ik ben een naoorlogskind en heb al die verhalen over de transporten gehoord en gelezen. We vertrokken richting Zuidlaren.

Huilende mannen

We werden in de bussen naar de Adolf van Nassau kazerne in Zuidlaren getransporteerd. Er braken voor mij geheel nieuwe tijden aan, waarin een andere wereld voor mij openging. Ik was namelijk voor een periode van 1,5 jaar zandhaas geworden. Althans zo noemde men de militairen die bij de infanterie waren ingedeeld. Ik werd ingedeeld bij het 44e Pantserinfanterie bataljon, Charlie compagnie, 1e peloton, in de Bravo-groep. Als eerste moesten we ons registratienummer uit het hoofd leren, want vanaf nu ben ik een nummer : 48.12.12.375. Een nummer dat ook op mijn oproepkaart stond vermeld. De geboortedatum van achteren naar voren gevolgd door een volgnummer. Daarna was het je uitrusting ophalen, een kleine medische keuring met wat injecties ondergaan en een toespraak van de kapitein aanhoren. Een klein mannetje, dat een rood hoofd kreeg van het onnodig hard schreeuwen onder die veel te grote pet vandaan. Vreemd, want we waren per slot van rekening goedgekeurd en dus niet doof. Alles veranderde opslag : Hoofd werd kop, mond werd bek, een naam had je niet meer, die werd vervangen door geslachtsdelen en je moest gewoon doen wat er naar je geschreeuwd of bijna letterlijk in je oren gestampt werd. Die dag kwam ik erachter : zandhazen leven in een hel. Een paar jongens huilden die eerste nacht in bed. Daar schrok ik van. Er waren ook velen, die de dienstplicht weigerden, of ontdoken. Ik niet, ik deed slaafs mijn plicht. Op mijn manier.