Oefening Pantserstorm -2-
We hebben ook geroeid. Op de Bergse Maas, geloof ik. Met zgn. aanvalsboten. Dat waren veredelde houten klompen, die legergroen getjet waren. Zonder buitenboordmotor, maar wel met houten peddels. We waren kort gehuisvest in Keizersveer. In zo'n boot zit je niet op je gemak. In gedachte zag ik de vijand de trage boot als een zeer gemakkelijk doelwit in het vizier krijgen. Aanvalsboten dus. Haha! Misschien in 1700 of zo. Om ons af te knijpen moesten we telkens de roeispanen uit het water halen en kaarsrecht omhoog houden. Het ijskoude Maaswater stroomde dan over je steenkoude knuisten. En sodeju als je die roeispaan liet zakken. Dan vloog opeens een flinke plens water over je heen. Ik zag wel dat ik niet voorin of achterin zo'n klomp moest gaan zitten. Die mannen waren de klos als we afgeduwd moesten worden of als we aan de overkant aankwamen. Een nat pak was de beloning voor hun haast of traagheid bij het aan boord gaan. Om dat soort situaties kon je beter niet lachen, tenzij je van zwemmen in je legeroutfit hield. We keken met smart uit naar week 3, als we deze ellende achter de rug zouden hebben. Maar het was pas de eerste week. Het beklimmen van de stalen toren ging niet iedereen goed af. Sommigen hadden last van hoogtevrees en kwamen niet verder dan een meter of twee van de grond. En er was dan nog ruim 20 meter te gaan. Het was een hele klus om zo'n maat van de toren los te krijgen. Hij klampte zich namelijk krampachtig vast aan het metaal en gilde als een mager varken als we zijn handen los wilden maken. Het ijs in de sloot onder de toren vertoonde een paar verdachte gaten, ter grootte van een mens.... Navraag leerde dat twee commando's in opleiding in de ziekenboeg lagen. Ze waren naar beneden gelazerd, dwars door het ijs heen! Niet echt een bericht om vervolgens enthousiast de toren in te klauteren. Aan de andere kant een impuls om beter te presteren dan een gevallen commando.
Oefening Pantserstorm -3-
De tweede week van die februari-maand 1970 in Roosendaal bij het Korps Commando Troepen hield een oefening in. We moesten het geleerde van de eerste week in praktijk brengen. Een week lang waren we buiten bezig. Vaak overdag in een schuilbivak of hooiberg en 's nachts lopen. Of liever sjouwen, want we hadden een flinke bepakking op de bult mee. Een 'berenlul' werd deze categorie uitrusting onder de mannen genoemd. De opgerolde slaapzak met daar omheen je tenthelft werd in een hoefijzervorm om de pukkel gebonden. Het gewicht bedroeg tegen de 40 kilo, samen met je wapen, binnen- en buitenhelm en riem met allerlei tierlantijnen w.o. veldfles en bajonet aan je lijf. Het werd afzien, ook op het gebied van eten en drinken. De kapitein had ons beloofd, dat ons na de oefening, terug in Zuidlaren, een waar feestmaal wachtte. Omdat we 's nachts bijna niets zagen ben ik twee keer in aanraking gekomen met schrikdraad. Eén keer toen ik stond te plassen (de term 'knakworst' doet me sindsdien ergens anders aan denken) en een keer toen ik mijn geweer (een Fal) probleemloos tegen het draad had gezet en het later weer wilde oppakken. Volgens mij heb ik toen in dat weiland breakdancing uitgevonden. We raakten die week een paar keer soldaat Boersma kwijt. Die lag beide keren ergens in het donker, gezeten tegen een boom, te pitten. Niet leuk als je al weer zo'n uur op pad bent en er dan pas achter komt. Wat de oefening verder zelf betrof had ik er zowel fysiek als psychisch weinig moeite mee. In weer en wind lopen, het teamwerk, sjouwen en je grenzen verleggen liggen mij wel. En kippen slachten had ik al bij mijn opa en thuis vaak gezien. Trouwens op Curaçao hebben we vaak een kleine soort duif gevangen, geslacht, geroosterd en opgegeten. Niets nieuws onder de zon, dus. Het schuilbivak was wel het moment van de aanbrekende dag, waar ik naar uit keek. Een veilige plek zoeken, een soort bedje graven waar ik in mijn slaapzak zou gaan liggen en een dakje gemaakt van de halve tent of regencape. Want zonder dak boven m'n hoofd voelde ik me soms wel wat verloren. En dan lekker knorren. Ik heb het geen enkele keer koud gehad. Dat was wel het geval toen we de week ervoor nog in die tenten sliepen op het kazerneterrein.
Ingerukt, mars!
Samen met nog een paar anderen van onze lichting 69-4 zat ik
in de zogenaamde Contact Commissie. Wij probeerden de belangen van onze
dienstplichtige maten te behartigen. Dat viel niet mee in die tijd,
want de democratie was in het leger compleet onvindbaar. We spraken met de
kapitein Peters over bijvoorbeeld onze haardracht. Die mocht toch best wat langer. En
liever niet meer op vrijdagmiddag na het laatste appèl alsnog naar de kapper gestuurd worden,
omdat het haar te lang was. Met "te lang" werd dan bedoeld dat het
haar de oorschelp raakte. Dat gebeurde bij soldaten met flaporen na een veel
langere tijd dan bij de rest met normale oren. En dat was dus niet eerlijk. We
wilden ook liever op zaterdag bij de eigen kapper in de stoel. De maandag erop
mocht het dan gecontroleerd worden. Maar Peters was zoals altijd onvermurwbaar.
Hij liet telkens merken dat hij en niemand anders de baas was. Dat overleg vond
van onze kant altijd staande plaats. Weliswaar in rust, maar toch. Peters zelf
zat dan achter zijn bureau en wij stonden dan voor hem.Hij had altijd een
venijnige blik in zijn kraalogen en kon schreeuwen als de beste. We hadden het
handboek soldaat goed bestudeerd en dat vond de kapitein niet leuk. Telkens als
hij zijn standpunt ondermijnd zag door onze kennis van de regels, riep hij met
rode kop : "Ik ben hier de baas! Geeft acht! Ingerukt, mars!" En dan dropen we maar
weer af naar onze kamers, om verslag uit te brengen van weer een mislukt
overleg. Tijdens oefeningen was Peters heel vaak ziek. Tenminste dat werd
gezegd. Dan nam luitenant Drolinga het stokje over. Die was ook beroeps, maar
hij had vreemd genoeg net als bepaalde beroepssergeanten menselijke trekjes.
Dus die was wel te pruimen.
Een dienstbevel weigeren
In Uruzgan heeft een peloton verkenners een dienstbevel geweigerd uit te voeren. Nou, dat is nogal wat. Maar ergens begrijp ik die gasten wel. In sommige gevallen zijn die bevelen pure zelfmoord. Het vervelende is dan, dat je eerst zo'n bevel moet uitvoeren en daarna mag je in beklag gaan. In het ergste geval vanuit je graf, denk ik, en anders vanaf je hospitaalbedje. Een groot probleem vond ik de intelligentie van ons kader. Niet dat ik mezelf slimmer vond, maar dat ze zelf niet eens in de gaten hadden hoe dom sommige bevelen overkwamen. Wij kregen bevelen, die je achter de oren deden krabben. Oké, het was maar oefening, maar het gaf wel aan hoe het in werkelijkheid eraan toe kan gaan. Zo moesten wij een mitrailleursnest bestormen, dat op een kale heuvel gelegen was. Vanuit dat nest was het heel eenvoudig om ons met mitrailleurvuur neer te maaien á la Hamburgerhill. Het was logischer om van afstand een granaat of een bom op dat nest te laten vallen, maar ach de infanterist heette niet voor niets kanonnenvoer. De pantserwagens waarin wij reden, werden doodskisten genoemd. Een eenvoudig doelwit voor anti-pantsergeschut. Als verkenner moet je over stalen zenuwen beschikken. Het is telkens weer de vraag of de vijand jou als eerste afknalt, of dat hij eerst een groep laat passeren en dan pas het vuur opent. Tijdens mijn diensttijd vond ik het al een zenuwenbaan. Lijkt me in een oorlogsgebied een job om compleet gek van te worden. Helemaal als je in een gebied bent, waar de vijand onzichtbaar heerst en je uitrusting verre van voldoende is. Wie een dienstbevel in oorlogstijd weigert, wacht de kogel is mij altijd gezegd. Nee, dan maar toch Nieuwersluis waar het Militair Penitentiair Centrum gevestigd is.
Mijn puptent
![]() |
| Twee halve maken een hele |
Vraag mij niet waarom dat ding (hier twee in opgerolde toestand) puptent heet. Misschien een tent voor jonge honden? Het is trouwens niet eens een tent. Het is een tentje en dan ook nog de helft van een tentje. Het kan een heel tentje worden, als een dienstmaat samen met mij een compleet tentje wil opzetten. Hij heeft precies zo'n halve tent. Aan zo'n tenthelft zitten : een scheerlijn (het dikke touw dat om de tent gerold is), knoopsgaten en knopen. Met de laatste kan je hem aan een andere tenthelft vastmaken. Een tenthelft heeft ook 1 stok. Die bestaat uit drie delen. En een viertal haringen. Ze zijn van hout en natuurlijk legergroen van kleur. Samen met mijn dienstmaat Bertus heb ik dus twee tentstokken. Als het tentje is opgezet, passen we daar precies in. Het fijne van zo'n puptent is, is dat ie pikdonker is van binnen en water- en winddicht. Het vervelende van zo'n tentje is, dat je er vaak erg laat in ligt en midden in de nacht uitgeschreeuwd kan worden om wacht te lopen of vanwege een altijd loos alarm. En dan heb ik het maar niet over de lichaamsgassen, die het doek geregeld bol lieten staan. De tenthelft wordt gebruikt als we op bivak gaan. Bivak is een oefening, waar je ook 's nachts in het veld blijft. Als dat niet het geval is, dan is het een veldoefening. Na een veldoefening keren we dezelfde dag terug naar de kazerne.
Onvoorbereid en geen nazorg
![]() |
| de mist in |
Vriend of vijand?
"Friendly fire", noemt men dat nog steeds. Niks "friendly" aan, aan dat vuur. Maar dat heeft men nu ook weer gemerkt. Erg triest, dat wel. In elke oorlog komen mensen om door "eigen vuur". Soms loopt het percentage op tot zo'n 25% van de slachtoffers.
Zelf vond ik met name het op linie lopen (naast elkaar op één lijn) en tegelijk vuren één van de gevaarlijkste oefeningen in mijn diensttijd. Er waren altijd wel van die eikels, die de linie niet in de gaten hielden. Die liepen dan te ver vooruit of bleven achter je hangen. Vooral dat laatste was tamelijk beangstigend. Zo'n eikel zou je ter plaatse al een paar flinke stompen voor z'n kop willen geven. Al was het maar voor alle zekerheid. Om maar te zwijgen van al die keren, waarin een wapen tijdens de nacontrole nog een kogel in de kamer had zitten. Ondanks het commando "wapen ontladen". Ik kan me voorstellen dat in een oorlogssituatie in een vijandige omgeving, aangevuld met een forse dosis angst en stress je super "trigger happy" wordt. Het moment van overleven is daar. Het is dan niets meer of minder dan ik of hij, zonder je af te vragen : Friend or Foe?
Abonneren op:
Posts (Atom)


.jpg)

