Wat een ellende!

Ik las ergens dat een legeroefening is geannuleerd, omdat 'het materieel niet beschikbaar is'. Dat laatste is een politiek correcte uitspraak. Een gewoon mens zegt dat de boel, in dit geval legervoertuigen, weer kapot is. Ik schrijf 'weer', want het is geen incident maar een structureel probleem. Gelukkig krijgen de militairen na het pang! pang! debacle (geen geld voor munitie) nu dus geen stokpaardjes als alternatief om voor Jan met de korte achternaam te lopen.
De contributie voor het lidmaatschap van de NAVO is altijd al een groot probleem geweest. Het zal mijn tijd wel duren. Misschien komt er een echt slimme (geen sluwe) minister, die de hele zaak eens naar een hoger niveau tilt. Door vanuit het lidmaatschap van de NAVO en de EU een beleids- en strategisch plan op te stellen. Op die manier zou men een efficiënt en effectief leger kunnen opzetten (als onderdeel van een groter geheel) met kwalitatief goed materieel en materiaal. Liever een professioneel uitgeruste en getrainde kleine groep, dan een grote, rammelende chaos waarmee men van alles wil maar weinig tot niets kan. Onze militairen verdienen beter en minder risico's.

Mijn FAL

rustend naast mijn FAL op tweepoot
Als persoonlijk wapen kreeg ik de beschikking over de FAL. Een Fusil Automatique Léger. Dat Léger, licht, viel snel tegen. Vooral als we met dat ding moesten marcheren. Ik kreeg er geregeld spierpijn van. Het wapen was voorzien van een magazijn, waar ik twintig 7,62 mm patronen in kon doen. Volgens het Handboek Soldaat zou ik vier van die magazijnen moeten hebben, maar voor zoveel was niet genoeg geld. Dus kreeg ik er twee. Een lege op het wapen en een lege op zak.
Bij dat geweer behoorde nog wat accessoires. Zoals een doosje met schoonmaakgereedschap inclusief een lege patroon en een rode stop. De patroon was bedoeld om het laden te testen. De dop werd op de vuurmond geschroefd als we losse flodders schoten. Dan spuwde hij geen vuur. Die stop mocht nooit mee naar de schietbaan. Er hoorde ook een draagriem en bajonet bij dat geweer. De zwarte, stalen bajonet annex mijnenprikker moest over de 'schiettapmondingsvlamdemper' (goed voor Scrabble!), de vuurmond van de loop, heen geschoven worden en zat dan vergrendeld met een sluitsysteem. De bajonet zat standaard in een foedraal die aan de riem gehangen kon worden.
Het wapen beschikte over twee steunen, die uitgeklapt konden worden. Het kon zowel losse schoten afgeven als semi automatisch vuren. Het vizier was standaard afgesteld op 250 meter.
De FAL kon ook granaten afvuren. De FAL moest dan met de kolf op de grond geplaatst worden. Op de loop werd de granaat gemonteerd, die dan afgeschoten werd. Dat heb ik niet mogen aanschouwen, ook vanwege de kosten. Ja, het leger was vergeven van de kruideniersmentaliteit. Tot aan het eind van een boekjaar. Dan werd er met geld gesmeten, vooral via zinloze oefeningen. Boven de plaats waar het magazijn zich bevond, was een draagbeugel.
Het wapen werd bewaard in de wapenkamer. Mijn FAL had wapennummer 53095. Dat nummer was in een metalen plaatje gegraveerd. Zodra ik het geweer van zijn plek in de wapenkamer haalde, moest ik dat plaatje op zijn plaats hangen. Als de FAL in de wapenkamer was, hing het plaatje in mijn kast. Ik heb met de FAL heel wat schoten gelost. Zowel met scherp als met losse flodders. Zowel losse schoten als automatisch. Ik weet niet meer hoe vaak ik dat wapen gedemonteerd en weer gemonteerd heb. Ook geblinddoekt. We hebben samen ook heel wat kilometers afgelegd. Ik heb dat ding één keer laten vallen. Dat resulteerde in 50 keer opdrukken. Ik pakte hem een keer tijdens een nachtoefening op, maar had niet in de gaten dat ie tegen schrikdraad stond. Met die FAL heb ik menige nacht doorgebracht. Hij lag ook in mijn slaapzak. En toch is die FAL nooit mijn ding geworden. Ik bleef het een onding vinden voor het veldwerk. Nee, dan liever een kruisboog.

Een matennaaier

In groepsverband opereren vergt veel van elkaar. Je moet elkaar kunnen vertrouwen en op elkaar kunnen bouwen. Hoe gek het ook mag klinken, militairen zijn net mensen. En dus zijn er ook militairen, die de zwakke schakels in de groepsketting zijn.
Er kunnen zich situaties voordoen, die de samenhang in de groep onder druk zetten. Het zijn dan de zwakke schakels die aan de druk toegeven. Soms om een wit voetje te halen bij anderen (vaak het kader), soms omdat ze egotrippers zijn en blijven. Ze plegen verraad aan de groep door te gaan praten.  Niet face to face met degene wie het betreft, maar achter diens rug om. Men noemt ze matennaaiers. Lafaards.  Matennaaiers zijn het ergste soort wat je in militaire dienst tegen kan komen. In wezen zijn ze je grootste vijand.
Matennaaiers worden uit de groep gestoten, genegeerd of gestraft. Afhankelijk van de aard van het verraad. Straffen kan op allerlei manieren. Van een wasbak  speciaal tot een blanco-beurt of zelfs een aframmeling. Een matennaaier staat gelijk aan de vijand.
Matennaaiers zijn er ook in de burgermaatschappij. Daar zijn er veel meer. Ik kom ze soms nog tegen. Maar in het algemeen geldt, dat de mannen face to face shit over je uitgieten, maar achter je rug om aardig over je zijn. Heel anders dan in de burgermaatschappij, waar het vaak andersom is.

Miljarden voor Defensie?

Eeuwige Moordenaar?
Mevrouw Hennis zakt steeds dieper in mijn achting. Nadat eerst flink de bezem door de militaire hap gehaald is, wil ze nu weer de boel bij Defensie optuigen. Waarom eigenlijk? Hebben we vijandige buren gekregen of zo? Hennis richt zich op het gemiddelde bedrag van de Navo lidstaten. Wat een onzin! Ze moet zich op onze vijanden richten. Waar komt de militaire dreiging vandaan en wat hebben we daarvoor nodig?
De enige dreiging komt uit politiek Den Haag, dat nog steeds geheel onnodig in de ruzie-mode staat met Rusland en achter Amerika aan hobbelt. Andere bedreigingen vormen landen als Turkije, Italië, Spanje en Griekenland. Maar ook uit Brussel en het Duitsland van Merkel. Maar tegen die economische dreiging wapenen we ons niet tegen. Integendeel. We laten ons nog steeds voor economische en militaire karretjes spannen.
We hebben met onze dure Marine schepen een paar keer opgetreden tegen zeepiraten. Met een superduur kanon op een paar muggen schieten. Nou, nou, da's een heuse Willemsorde waard. In landen als Irak, Afghanistan, Syrië enz. hebben we helemaal niets te zoeken. Dat is Amerikaanse bemoei-politiek met miljoenen onschuldige doden tot gevolg. Mede dankzij onze militaire inzet. Laten we daarmee snel ophouden. Voor ouderen, daklozen en armen is geen geld. Voor oorlogvoeren zijn telkens weer miljarden te vinden.

Zonde van de tijd

We hebben gedurende een weekje een oefening gedraaid. We lagen weer eens in de verdediging. Dat betekende de hele dag en nacht op dezelfde plek rondhangen. O ja, even was het leuk. Toen we de luitenant te grazen namen. Dat was het dan. Al met al zonde van de tijd.
Toen de drie weken voorbij waren was ik blij dat ik voorgoed weer naar huis kon. De plunjebaal ging weer mee, maar nu wat voller. Dat groene ding heeft nog zo'n 10 jaar op zolder gelegen, voordat ik bericht kreeg dat ik hem met van Gent & Loos moest opsturen. Ik had hem al deels geplunderd. De jas gebruikte ik als ik ging klussen of vissen. De pioniersschop lag paraat achter in de auto. Ik gebruikte hem als onze hond ergens op een ongewenste plaats zijn keutel had getrokken. De sjaal / muts was ook handig. Ik verwachtte een 'rekening man', maar die heb ik nooit gekregen.

Een beetje rondhangen

kapsel 1973
Gedurende de eerste week van de herhalingsoefening, hing ik maar wat rond. Gelukkig kwam er geen kapper langs. Ik had weer wat PSU opgehaald en in de kast gedaan. Het ging allemaal op een gezapige manier en aan de regels had ik lak. Wat dat betreft had ik mijn conclusies eerder al getrokken, toen ik in 1970 Zuidlaren verliet. Afgezien van de kadaverdiscipline, was ik ook de amateuristische gevechtsmethodes, de alles behalve functionele kleding en armtierige wapens meer dan zat. Ik had er gewoon geen zin in. Dat veranderde deels toen de rest van de compagnie arriveerde. Dat was een week later. Het was erg leuk elkaar na zo'n drie jaar weer te zien.
De tweede week begon al lekker verkeerd. Ik was samen met twee maten 's avonds op stap en we kwamen geheel onverwacht een officiersmess binnen. Natuurlijk werden we subiet weer weggestuurd, maar een van de maten, soldaat Bodewes, begon stampij te maken. Hij was namelijk al wat aangeschoten. Het kwam erop neer dat Bodewes achterbleef en wij met z'n tweeën onze weg vervolgden.
De volgend ochtend op het appèl stond Bodewes zowaar met een bril met zwart montuur op zijn hoofd aangetreden. Wat was het geval? Een officier kwam even iemand aanwijzen, die zich de avond ervoor misdragen had! We moesten op linie gaan staan (één lange rij naast elkaar) en nog voordat de officier zijn controle begon, schreeuwde de kapitein : "Soldaat Bodewes, waarom heb jij die bril op!!" Hoe Bodewes er vanaf gekomen is, herinner ik me niet meer.

Op herhalingsoefening

Volgens mij was het ergens in de zomer van 1972, toen ik een 'uitnodiging' ontving van Defensie voor een Herhalingsoefening. Helaas werd ik tot het kader gerekend en moest zodoende een week eerder komen opdraven. Op zolder lag nog ergens een plunjebaal met wat overblijfselen die ik na mijn groot verlof in november 1970 had meegekregen. Ik moest me melden in Ossendrecht, in de Kon. Wilhelminakazerne. Ik werkte op dat moment als automatiseerder bij een Engels bedrijf. Dat heeft nog moeite gedaan om mij los te weken van de herhalingsoefening, maar tevergeefs.
In januari 1973 stapte ik op de trein die mij via Rotterdam naar Ossendrecht bracht. Ik kende de legerplaats vanwege mijn oudere broer, die daar een rijopleiding had gevolgd tijdens zijn militaire dienstplicht. Later ging hij als chauffeur bij de Verbindingsdienst in Ede (Elias Beeckman)  aan de slag.
Op de kazerne aangekomen zag ik zowaar een paar oude maten terug. Niet veel later hoorde ik dat de hele C-Cie van lichting 69-4 van het 44ste Painfbat op herhaling zou komen. Wij waren kwartiermakers, die nergens zin in hadden. Dus deden wij onze kamerdeur op slot en gingen op bed liggen. Eigenlijk was dat ook een gevolg van de manier waarop we door een voormalige vaandrig, nu luitenant, werden aangesproken. De luit dacht dat het nog 1969 was en wij verse dienstplichtigen. Jammer dan. Pas tegen etenstijd kwamen we weer van de kamer. Uiteraard met eerst een fanatieke toesprak van de luit en gescheld over en weer. De toon was gezet.