We werden in de bussen naar de Adolf van Nassau
kazerne in Zuidlaren getransporteerd. Er braken voor mij geheel nieuwe
tijden aan, waarin een andere wereld voor mij openging. Ik was namelijk voor
een periode van 1,5 jaar zandhaas geworden. Althans zo noemde men de militairen
die bij de infanterie waren ingedeeld. Ik werd ingedeeld bij het 44e
Pantserinfanterie bataljon, Charlie compagnie, 1e peloton, in de
Bravo-groep. Als eerste moesten we ons registratienummer uit het hoofd leren,
want vanaf nu ben ik een nummer : 48.12.12.375. Een nummer dat ook op mijn oproepkaart stond vermeld. De geboortedatum van achteren naar voren gevolgd door een volgnummer. Daarna was het je uitrusting
ophalen, een kleine medische keuring met wat injecties ondergaan en een toespraak van de kapitein
aanhoren. Een klein mannetje, dat een rood hoofd kreeg van het onnodig hard
schreeuwen onder die veel te grote pet vandaan. Vreemd, want we waren per slot van rekening
goedgekeurd en dus niet doof. Alles veranderde opslag : Hoofd werd kop, mond
werd bek, een naam had je niet meer, die werd vervangen door geslachtsdelen en
je moest gewoon doen wat er naar je geschreeuwd of bijna letterlijk in je oren
gestampt werd. Die dag kwam ik erachter : zandhazen leven in een hel. Een paar
jongens huilden die eerste nacht in bed. Daar schrok ik van. Er waren ook velen, die de dienstplicht weigerden, of ontdoken. Ik niet, ik deed slaafs mijn plicht. Op mijn manier.
Afzwaaien!
De laatste maanden op de kazerne kroop de tijd voorbij. We verveelden ons wezenloos en keken uit naar de maand november. We begonnen spullen in te leveren en het gonsde van allerlei tips, om zo min mogelijk 'rekening man' te verzamelen. Sommigen keken voortdurend in dagbladen op zoek naar vacatures. Zelf zag ik een maat die bezig was met een schriftelijke cursus Cobol programmeur. Dat leek me wel wat. Al wist ik niet eens waartoe zo'n opleiding zou kunnen leiden.
Aan de vooravond van ons voorlopige vertrek ( er was nog zoiets als Herhalingsopkomst) zijn we in Zuidlaren wat gaan drinken. Hoewel, het zou de eerste en tevens laatste keer zijn dat ik flink aangeschoten raakte. De volgende dag stond ik met hoofdpijn en duizeligheid op het square.
We werden voor het laatst geïnspecteerd (in ons burgerkloffie!), kregen een afzwaaipremie van zo'n 265 gulden mee voor nieuwe burgerkleding en na een 'ingerukt mars!', liepen we naar de gereedstaande bussen. Er was geen 'dank je wel' of zo. Maar dat deed er niet toe. Ik ging weer naar huis. Terug naar de burgermaatschappij, zoals dat heette.
Aan de vooravond van ons voorlopige vertrek ( er was nog zoiets als Herhalingsopkomst) zijn we in Zuidlaren wat gaan drinken. Hoewel, het zou de eerste en tevens laatste keer zijn dat ik flink aangeschoten raakte. De volgende dag stond ik met hoofdpijn en duizeligheid op het square.
We werden voor het laatst geïnspecteerd (in ons burgerkloffie!), kregen een afzwaaipremie van zo'n 265 gulden mee voor nieuwe burgerkleding en na een 'ingerukt mars!', liepen we naar de gereedstaande bussen. Er was geen 'dank je wel' of zo. Maar dat deed er niet toe. Ik ging weer naar huis. Terug naar de burgermaatschappij, zoals dat heette.
Op naar Delft
Voor het eerst van mijn leven, ik was al 18 jaar, ging ik met de trein. Van Leiden naar Delft. Ik had een oproep gekregen om gekeurd te worden voor militaire dienst. Ik had een soort bewijs meegekregen, waarmee ik gratis naar Delft kon en weer terug. Mijn broer Joop, een jaar ouder dan ik, was al in dienst en nu was het mijn beurt.
Ik herinner me niet zoveel van die dag. Verdrongen denk ik. Zelfs niet eens hoe ik op die locatie ben gekomen. Wat ik wel weet, is dat ik met morsetekens ben bezig geweest. Van die lange en korte piepjes bakte ik helemaal niets. Mijn pa was telegrafist bij de Onderzeedienst en wist daar veel beter mee om te gaan. Van de medische keuring, gedurende welke in elke lichaamsholte werd gegluurd, herinner me ik alleen één voorval. Ik moest mijn onderbroek uitdoen nadat de arts mij gevraagd had of ik de voorkeur gaf aan jongens of aan meisjes. Ik antwoordde vol overtuiging : "Meisjes natuurlijk!" Ik loog niet. En toch moest ik voorover gebukt gaan staan. Tussen mijn benen door zag ik hem ook gebukt staan, terwijl hij mij in mijn kont keek. Toen zei hij :
"Dat ziet er goed uit!" Ondanks de goede uitslag, kreeg ik het wat benauwd. Vanaf dat moment vroeg ik me af waar ik straks mee te maken zou krijgen. Van mijn broer had ik geen rare verhalen gehoord. Hoewel... hij had het weleens over matennaaiers.
Uiteindelijk werd ik goed gekeurd. Na die mededeling heb ik uitstel aangevraagd, want ik moest nog twee jaar naar school. In het voorjaar van 1969 ontving ik een oranje kaart met de tekst
Oproeping ter inlijving. Hierbij deel ik U mede, dat U is bestemd tot gewoon dienstplichtige en is toegewezen aan de Infanterie. U wordt bij deze opgeroepen U op woensdag 16 juli 1969 te melden in Zuidlaren ten einde te worden ingelijfd en de eerste oefening aan te vangen.
De kaart vermeldde ook mijn registratienummer en was afkomstig van onze burgemeester. Dat het woord U met een hoofdletter was gedrukt en dat inlijven zinden mij totaal niet. Aan de tekst kon ik verder ook zien, dat ik een behoorlijk eind terug in de tijd zou gaan. Twee weken na mijn eindexamen was het zover. Ik stapte op de trein om me in Zuidlaren te melden.
Ik herinner me niet zoveel van die dag. Verdrongen denk ik. Zelfs niet eens hoe ik op die locatie ben gekomen. Wat ik wel weet, is dat ik met morsetekens ben bezig geweest. Van die lange en korte piepjes bakte ik helemaal niets. Mijn pa was telegrafist bij de Onderzeedienst en wist daar veel beter mee om te gaan. Van de medische keuring, gedurende welke in elke lichaamsholte werd gegluurd, herinner me ik alleen één voorval. Ik moest mijn onderbroek uitdoen nadat de arts mij gevraagd had of ik de voorkeur gaf aan jongens of aan meisjes. Ik antwoordde vol overtuiging : "Meisjes natuurlijk!" Ik loog niet. En toch moest ik voorover gebukt gaan staan. Tussen mijn benen door zag ik hem ook gebukt staan, terwijl hij mij in mijn kont keek. Toen zei hij :
"Dat ziet er goed uit!" Ondanks de goede uitslag, kreeg ik het wat benauwd. Vanaf dat moment vroeg ik me af waar ik straks mee te maken zou krijgen. Van mijn broer had ik geen rare verhalen gehoord. Hoewel... hij had het weleens over matennaaiers.
Uiteindelijk werd ik goed gekeurd. Na die mededeling heb ik uitstel aangevraagd, want ik moest nog twee jaar naar school. In het voorjaar van 1969 ontving ik een oranje kaart met de tekst
Oproeping ter inlijving. Hierbij deel ik U mede, dat U is bestemd tot gewoon dienstplichtige en is toegewezen aan de Infanterie. U wordt bij deze opgeroepen U op woensdag 16 juli 1969 te melden in Zuidlaren ten einde te worden ingelijfd en de eerste oefening aan te vangen.
De kaart vermeldde ook mijn registratienummer en was afkomstig van onze burgemeester. Dat het woord U met een hoofdletter was gedrukt en dat inlijven zinden mij totaal niet. Aan de tekst kon ik verder ook zien, dat ik een behoorlijk eind terug in de tijd zou gaan. Twee weken na mijn eindexamen was het zover. Ik stapte op de trein om me in Zuidlaren te melden.
Abonneren op:
Posts (Atom)
.jpg)

.jpg)